PICKNICKMAND


Picknickmand met deksels en 2 tussenschotjes

door Corry Hansen

MATEN
Afmeting mand:
Hoogte 23 cm. breedte bovenzijde 28 cm. lengte bovenzijde 42 cm.

Afmeting bodem:
Lengte 36 cm. breedte 24 cm.

MATERIAAL
Bodem:
Rondhout 4 x 46 cm. lang, 14 mm.
4 stekken 46 cm. lang 7 8 mm.,
Bosje inslagteen, niet te kort, want anders zijn er teveel aanhechtingen.

Materiaal mand:
36 staken 6 mm.
4 hoekstokken 18 mm. en lengte 33 cm.
18 kimtwijgen voor benedenkim, 5 mm.
12 st. voor bovenkim 5 mm.
Inslagtwijg voor Franse eer.

Materiaal deksels:
2 x 2 rondhout, 2 x 4 stekken, + inslagteen.

Tussenschotten:
2 x 12 13 Staken 6 mm. voor schotjes en inslagteen


Werkwijze
Maak de bodem door 2 x 2 rondhoutlatten in een blok te plaatsen met een tussenruimte van 18,5 cm. Plaats in deze tussenruimte de 4 stekken, voet en top afwisselend.
Zorg voor gelijke tussenruimte van + 4 cm. Fixeer de stekken met een paartje. Je begint daarmee door het midden van een teen links om de hoekstokken te buigen, de voorste helft eerst naar achter te brengen en daarna de achterste teen naar voren tussen zijlatten en eerste stek, vervolg deze handeling en zorg dat de voet van de teen achter de laatste stek komt te liggen. Breng het andere uiteinde om de rechter- hoekstok en steek hem terug naast het andere eind en vlecht deze teen verder uit. Zie fig. 1
Zorg dat bij het opvlechten van de bodem, de bovenzijde even breed blijft als de afmeting beneden.. Hiervoor start je met meer tussenruimte aan de bovenkant. Beter is ook om in het midden van het vlechtwerk niet te hard te kloppen met het klopijzer, want de zijlatten hebben door dit kloppen de neiging naar binnen te gaan. Torderen (dat is het draaien van de 2 zijlatten om elkaar) kun je voorkomen, door de 2 rondhoutlatten met elkaar te fixeren, d.m.v. schilderstape of ander sterk plakband.

Bij een grote bodem kan men de zijrondlatten op maat houden door ze bovenaan met elkaar te verbinden met een latje en dit vast te zetten met spijkertjes. Ga regelmatig een tweede keer om de zijlatten heen, om ze goed te bedekken. Wissel af en toe de volgorde van het vlechten af, door dun aan een zijde te eindigen en aan de andere kant met dun opnieuw te beginnen in het andere spoor. Hierdoor ga je niet aldoor op dezelfde manier voor en achter dezelfde staken langs en voorkom je dat er staken naar voren komen te staan en anderen naar achteren. Eindig de bodem weer met een paartje.

Zet de onderzijde van de bodem naar je toe. Knip de uiteinden van de 4 stekken af aan de korte zijde van de bodem. Punt 7 staken aan. Plaats n staak bij de linkerhoekstok en n aan de rechterstok, Plaats 4 staken, links naast de stekken en de laatste staak rechts van een van de middelste stekken.
Vlecht nu een kimmetje van 3, voor 2, achter 1. Steek een teen tussen de 2 rondlatten links en buig hem direct naar beneden. Breng hierna het midden van een langere teen tussen rondlatten en 1e staak, buig hem rond de rondlatten naar voren en leg hem rond de eerste staak naar achteren en terug. Nu volgt de neergelegde teen en die leg je om de tweede staak. Op het eind de kimtwijg die aan de beurt is, om de rondlatten buigen en terug steken. Draai de bodem nu om.
Prik de staken nu in en breng ze naar de goede kant van het vlechtwerk. Begin vervolgens met hetzelfde aan de andere korte zijde. Hierna bindt je de staken bij elkaar.( zie Fig. 2)

Maak aan 22 staken een lange scheen aan de bolle zijde van de onderkant.( Zie fig. 3)
Aan de hoeken komen de eerste en laatste staak op 2 cm. afstand van de hoekstok Bereken en teken hierna de afstanden aan iedere lange zijde voor de overige 9 staken.
Maak nu de aangepunte voeten nat door ze even te dopen.
Plaats de staken aan de lange zijde tussen de 2 rondlatten in het vlechtwerk, met behulp van een speciale priem die aan het eind plat eindigt. (zie fig. 4)

Zet de staken rechtop. Begin aan de linkerzijde, maar plaats pas op het eind de meest linkse bij de hoekstok.

Hierna zaag je de rondlatten af tot het vlechtwerk. Vlak de 4 hoekstokken aan een zijde aan de onderkant af en boor ze voor, om splijten door het spijkertje te voorkomen. Breng 4 hoekstokken op de kop van de bodemlatten aan met koperen spijkertjes.
Breng een kim aan, van 4; 3 voor, 1 achter, door aan de linkerkant, n kimtwijg links van de hoekstok in de kop van de rondlat te plaatsen, de tweede komt rechts van de hoekstok in de andere kop. Plaats de derde teen rechts naast de rondlat en de vierde teen wordt door de bodem gestoken en om de hoekstok heen, meteen achterom de 1e staak gelegd. Dan volgt de linkse twijg die ook om de hoekstok heen, om de 2e staak gelegd wordt, Vervolg met de ander twee. ( zie fig. 5)
Op het eind laat je de laatste kimtwijg achter, vr de hoekstok en je vervolgt de kim met 3 aan de lange zijde.

Doe hetzelfde ook aan de andere korte zijde. Plaats vervolgens een kruis, gemaakt van 2 stevige latten van + 60 cm. die in het midden aan elkaar bevestigd zijn. Bereken vervolgens de lengte en breedte en teken deze aan op het kruis.
Sla spijkertjes door het kruis op de hoekstokken. Dit zorgt voor een stevige basis tijdens het vlechten.
Vervolg de kimmen verder dun aan dun, dik aan dik en vlecht deze uit. Hecht de kimmen altijd aan in het midden van de lange of korte zijde. (vlecht de 2 middelste staken in de lange zijde samen voor de beugel.) Hierna volgt een Franse eer. De totale hoogte van het vlechtwerk binnenzijde gemeten moet 17 cm. .zijn.
Je kunt als dit nodig is voor de hoogte, dus nog een halve Franse eer leggen, of een andere mogelijkheid is om een cordon te maken en dan de hoogte vol te maken met een matje.
Begin hierna aan beide kanten, links aan de lange kant de bovenkim met dun, 2 x 6 twijgen. Klop de mand aan alle zijden even hoog. Leg hierna de rand, 3 voor, 2 achter, te beginnen bij de plaats van de beugel De linkerstaak van de 2 die samen gevlochten zijn, blijft staan voor de beugel. Zet hier tijdelijk een dikke stek in het vlechtwerk voor je de rand begint.

Beugel, deksels en schotten
Beugel
Op de plaatsen waar je een dik stuk stek had staan voor je de rand vlocht, plaats je nu een dikke beugeltwijg. De hoogte wordt vanaf de bodem van de mand gerekend, op + 36 cm.
Links naast de beugel staat de middenstaak die is blijven staan na de rand. Plaats daar rechts van aan de binnenzijde nog 3 hengseltwijgen van dezelfde dikte naast.
beugel In 4 slagen worden de twijgen stuk voor stuk om de beugel gelegd. De toppen komen aan de buitenkant van de mand te liggen, rechts van de beugel. Ga aan de andere kant ook zo te werk, echter niet stuk voor stuk, maar alle vier tegelijk (anders past de vierde er met geen mogelijkheid meer tussen).

De toppen van de twijgen worden stuk voor stuk opgedraaid en links van de beugel, onder n kim, naar binnen gestoken. Dan weer naar buiten, kruislinks over de eerste slagen en rechts van de beugel weer naar binnen. Tenslotte met de priem plaats maken, over de rand, schuin onder het gevormde kruis door en breng de vier toppen naar links. Twee topjes twijnen en in de rand naar binnen steken als vergrendeling. Dan pas afknippen. (zie foto)

Deksels
De deksels van de mand zijn smaller gemaakt, waardoor ruimte wordt gecreerd, om in het midden van de mand flessen te kunnen plaatsen.
Voor de deksels zet je 2 rondlatten bijv. van Formido grenen hout of rechte wilgenstokken van 12 mm. en + 40 cm. lang in een blok. (Ik heb ook hiervoor ook wel een workmate gebruikt) Door de zijlatten iets te versmallen met een mes, passen de middenstekken beter in 't blok.
Voor de breedte meet je de mand op aan weerzijden van de beugel. Je houdt een ruimte voor de flessen aan die je zelf wenst. beugel Tot aan de korte zijde van de mand kom je dan ongeveer op 17 cm. Tussen de zijlatten plaats je 4 stekken, ook van 40 cm. lengte en 7 mm. Houd de goede kant van het vlechtwerk naar je toe.
Begin op dezelfde manier een paartje te vlechten als in het vorige bulletin beschreven. (nr.1 2005). Plaats eerst aan de linkerzijde een staakje erbij langs de zijrondlat en begin te vlechten. Kijk voor de techniek de tips na in het vorige bulletin.(Om de plaats van het scharnier te bepalen, meet je eerst bij de mand de afstand vanaf de rechterzijhoek van de korte zijde tot aan staak 2.) Dit meet je ook aan de andere zijhoek. Teken deze plaatsen af op de linkerzijstok van het deksel. Als je op de plaats bent waar je het scharnier wilt hebben, draai je de teen om het staakje heen i.p.v. om de stok en ga terug, waardoor ruimte bij de hoekstok ontstaat voor het scharnier.

Vlecht een opening van 2 cm. dan weer verder om de hoekstok. Vlecht door tot je op de goede hoogte bent voor het volgende scharnier. Voor de lengte van het deksel meet je de breedte van de mand van staak tot staak, maar houd rekening met een kleine rand van bijna 1 cm. aan elke kant. Je kunt op verschillende manieren het deksel afwerken. Bijv. d.m.v. een gespleten dikke teen die vastgezet wordt met koperen spijkertjes op de stekken en tussen de zijlatten. Ook kun je een klein randje vlechten van 2 voor en 1 achter. (zie afbeelding)

beugel

Plaats hiervoor 5 staakjes links van de stekken, te beginnen bij de linkerhoekstok.
Plaats hierna nog een twijgje bij de linkerhoekstok en knik hem naar voren.
Leg een extra twijg tussen 1e en 2e staak, draai hem naar voren om de hoekstok en leg hem voor de 1e staak langs, tussen 2e en 3e staak naar voren en leg de 1e staak ernaast. Leg dan de teen die je naar voren gebogen had, achter de derde staak en vervolg de rand 2 voor 1 achter. Leg de laatste staak om de hoekstok heen naar voren en steek hem naar achteren weg onder zijn eigen slag door.
Leg het staakje wat voor twee moet, naar de hoekstok, afsnijden en naast de hoekstok afpennen. Verstevig het vlechtwerk met een opgedraaide teen door deze een paar keer naar beneden tussen het vlechtwerk door te halen, een zogenaamd ankertje of rijgsel. Zijn de deksels klaar, dan steek je bij staak 2, vanaf de hoekstok korte zijkant mand, een staak in. Deze draai je op en je steekt hem eerst 2 cm. lager door de mand naar buiten. Haal hem door de opening van het deksel en herhaal dit nog een keer. Leg nu een kruis aan de buitenzijde en haal de teen tussen deksel en mand heen, werk de staak weg in het vlechtwerk. Herhaal dit bij de andere scharnierpunten.

Schotten
Voor de schotten kies je 2 dikke staken. Neem de maat van de binnenkant mand en vorm een U vorm van de staak door ze op de goede plaatsen in te kepen, bindt voet en top met een
teentje samen op de goede maat. Neem 13 staken 6 mm. Deze aanschalmen. Bindt de staken aan op + 2 cm. van elkaar.
beugel Dit eerst aftekenen. Vlecht de laatste schalm terug en begin te paren met het uiteinde van 2 tenen. Er ontstaat een visgraatmotief doordat je wisselend naar links en naar rechts parend vlecht. (zie foto) Stop na 4 cm. Op 9 cm. begin je met een fits. (fitsen is met twee handen tegelijk paren) Vlecht deze teen uit. Begin dan pas weer op 13 cm. hoogte met fitsen. Fits verder tot de hoogte binnenzijde mand, maar houd rekening met een klein randje. Knip de staakjes om en om weg, zodat je de helft overhoudt, je begint met de 2e staak van links. Steek een staakje links bij de hoekstok erbij leg een teen tussen 1e en 2e staak en leg hem van achteren naar voren om de hoekstok en breng hem achter de 1e staak heen en terug. Vervolg met de rest van de staken. Leg de rand met 2 voor, 1 achter. Bevestig het schotje met een opgedraaid teentje in de wand van de mand op de plek waar hij net onder het deksel zit. Doe het zelfde met het andere schotje. Veel succes!
<< TERUG NAAR OVERZICHT