GRIENDTEELT-ZORGEN

<< Terug naar Artikelenindex
Uit Vlechtbulletin nr. 6, 2006

door Ton Herijgers

Over de cultuur van wilgen had ik bij een overvloedige documentatie van wilgen uit Engeland een enthousiast mailtje van ons lid de heer Wegeling uit Capelle aan de IJssel. Ten overvloede voegde hij een aanmoediging toe over de wijze van stekplanten.
Ik had behoefte gekregen enige ervaringen daaraan toe te voegen. Samen met de Populieren (ook een familielid van de Wilg) vormt de wilg een van de gemakkelijkste boomsoorten om te vermeerderen, weliswaar niet met zaad, dan weet je immers niet wat je krijgt, maar ongeslachtelijk door middel van stek.
Het beste kun je de wilg vanaf december tot maart stekken in de volle grond. Het liefst tijdens afnemende maan. Veel mensen zie ik al de wenkbrauwen fronsen. Ikzelf was vroeger ook een ongelovige Thomas, maar sinds ik dit zelf beproefd heb met twee verschillende stekken onder precies dezelfde omstandigheden, met duidelijke verschillen in opkomst, ben ik anders gaan denken. Toen moest ik wel erkennen, dat er wel meer moet zijn onder de zon dan alleen het zichtbare.

Het aangegeven tijdstip met beschreven voorwaarde is een goede start in de juiste ontwikkelingsvolgorde van de stek. En dan uiteraard in een vorstvrije periode.
Als stek neem je van de eenjarige scheuten, stukjes van 15 tot 20 cm.
Je knipt of snijdt ze schuin af. De partjes kun je van de eenjarige scheuten knippen, tot waar je bijna geen hout meer voelt, tot potlooddikte. Dat is meestal op de plaats waar de roodverkleuring begint. Deze roodverkleuring komt bij veel planten voor en treedt meestal naar buiten als het buiten koud begint te worden. Deze roodverkleuring is de antocyaanstof, die de plant moet beschermen tegen de lagere temperatuur bij de zwakkere delen van de toppen. Je ziet dit verschijnsel bij heel veel planten.
Juist bij die plaats stop je met partjes stek te snijden, dit verschijnsel is overigens niet te zien bij gele rassen of triandra-groepen
Voor de volledigheid kun je de top afdekken met entwas of paraffine, maar dit laatste doet geen mens. Men zou het alleen toe kunnen passen, als je over heel weinig stek beschikt en je tot bijna bovenaan van de stek wilt stekken, omdat je met minder kwaliteit hout van doen hebt

Voorts moet je de tijd van stek snijden en stek planten zo kort mogelijk houden. Als dit niet mogelijk is bijv. door 'n vorstperiode, leg je de stekken in een koelcel of kuil je ze op in scherp zand aan de noordkant van een muur, gebouw of haag om ze rustig te houden. Scherp zand komt zeer ten goede voor de stek, omdat scherp zand, wat voornamelijk uit silicium bestaat; een noodzakelijk element is voor de wortelvorming.

Als je gaat planten en je hoeft geen rekening te houden met machinaal onderhoud of maaien, kun je de stek op de rij op 10 cm planten en de breedte van de rij op 40 cm houden. Tweederde van de stek verdwijnt in de grond en een Š twee knoppen boven de grond. Verder moet je geen wilgenveldje aanleggen onder schaduw van bomen, want dan groeien ze niet. In de natuur groeien de wilgen als pioniershout. Samen met Elzen en Berken vormen ze het pioniershout in ontwikkeling naar het definitieve bos. Zo mogelijk plant je de rijen noord-zuid omdat bij deze wijze van planten, de kwaliteit van de teen het beste tot zijn recht komt . Er zijn kwekers, die de stek helemaal met de voet in de grond duwen. Hun redenatie is, dat dan de teen beter recht groeit. Je moet er dan ook op rekenen dat het aantal stuks minder per strekkende meter is in het eerste jaar, in het tweede jaar snij je ze toch al heel kort bij de grond af en heb je hetzelfde effect. Bovendien als je de hierboven aangegeven afstanden aanhoudt, dan moeten ze recht groeien.

Het onderhoud
Als je geen onkruidbestrijdingsmiddelen wilt gebruiken, kun je schoffelen tot het tenenveld ongeveer dichtzit in juni of je legt het stuk in landbouwplastiek. Bij percelen kleiner dan 2 ha. loont het niet om een rietmaaier zelf aan te schaffen. Wel kun je overwegen om een elektrische snoeischaar aan te schaffen. Hiermee kun je ruim twee dagen snoeien zonder de accu op te hoeven laden. Het zijn professionele scharen, die enkele jaren geleden in Frankrijk zijn ontwikkeld ten behoeve van de snoei van druiven. De pneumatische scharen zijn veel duurder in aanschaf en wat gevaarlijker in gebruik. Het is wel te overwegen, wanneer je de polsen wilt sparen!
Voor de groeiperiode in maart is het aan te raden, de overgebleven stompjes zo dicht mogelijk bij de grond af te knippen of met een bosmaaier met zaagblad te maaien. Rond de 10e juni beoordeel je of je nog eens in moet grijpen. Het kan zijn dat het gewas te groot en te zwaar wordt. Ik geef toe, dat het een moeilijk moment is, maar het kan nodig zijn om sommige cultuurvariŽteiten in toom te houden en zeker op goede kleigronden. Ben je bang om dit te doen doe dit dan voor een gedeelte, dan kun je dat voor een ander jaar beter bepalen.

De cultuurvariŽteiten, die met Salix alba (Schietwilg) gekruist zijn zoals Salix fragilis 'Belgisch Rood' en S. fragilis 'Frans Geel' hebben soms nog al veel last van Wilgenhaantje en Meeldauw. Meeldauw manifesteert zich met een beschadigde schil in de topeinden. Het ontstaat na half augustus. Terwijl andere cultivar's (Triandra's, Viminalis en Purpurea's) dat helemaal niet hebben. Er zijn ook cultivar's die zo goed als geen last hebben van Wilgenhaantje zoals de meeste Triandra's (zoals S. triandra 'Zwarte Driebast'). Deze zijn weer wel gevoelig voor konijnenvraat.

Omdat ik niet van insecticiden bestrijdingsmiddelen hou, heb ik van een apothekersvriend een keer een advies gekregen om het blad van de 'Zwarte Driebast' te gebruiken, om het wilgenhaantje in 'Frans Geel' te bestrijden. Hij raadde mij aan om het blad van de 'Zwarte Driebast' 12 uur in koud water te laten trekken en dan te spuiten met het aftreksel. Ik had de indruk, dat de aantasting minder was. Ik had het perceel te ver van huis liggen om het goed te beproeven.
Als iemand iets dergelijks ook wel eens geprobeerd heeft, laat het ons dan graag weten. Voor aandoeningen van hagel is niets bestand, hoewel sommige variŽteiten minder gevoelig zijn. Zo had ik 'Amerikaantje' naast 'Belgisch Rood' staan. Zo is 'Belgisch Rood' meer beschadigd dan `Amerikaantje'. Als het niet te erg is, kun je ze nog schillen of buffen. Spreiding van de perceeltjes is daarom wenselijk en minder risicovol. Dit zijn in vogelvlucht de zorgen van een hobby- griendteler.