DE EGMONDSE DRAAGMAND

<< Terug naar Artikelenindex
Uit Vlechtbulletin nr. 14, maart 2008

door Corry Hansen

De Egmondse draagmand is een zeer traditionele mand die vroeger door vissers en venters in het duinengebied gebruikt werd. De mand die in het depot van het Vlechtmuseum staat, is geschonken door iemand die vertelde dat deze veel in Egmond en omgeving gebruikt werd en door een Alkmaarse mandenmaker gevlochten is. In werkelijkheid werd deze mand in een veel groter gebied gebruikt. In de duinen van Noord-Holland, maar ook in Zuid-Holland bij Katwijk tot aan Zeeland aan toe.
Aan de rugzijde van de draagmand werd een stuk zeildoek bevestigd, om niet een natte rug te krijgen van eventueel vocht van vis e.d., die in deze mand werd vervoerd.


Verkoop van visvangst op het strand (herkomst onbekend)

Voor het jaar 1000 werd er op de vele binnenmeren gevist, die in directe verbinding stonden met de Noordzee, maar door verzanding van de zeegaten was dat niet meer mogelijk en het bestaan werd al armoediger. Daarom bouwden de monniken van Egmond in 977, ter plaatse aan de zeereep huisjes waar vissers zich konden vestigen. Zij moesten daarvoor wel eentiende deel van de vangst afstaan aan de abdij. Bij gebrek aan een haven voeren ze na het vissen met hun kleine scheepjes het strand op tijdens hoog water en wachten daar op eb (eerst werden daar pincken voor gebruikt en later vanaf + 1800 werden het bomschuiten). Ter plaatse werd de vis verkocht, of men ging het uitventen in de omgeving. Hiervoor werd vaak de draagmand gebruikt, omdat een kar met manden voor het vervoer, moeilijk over de duinen te transporteren was. Er waren verschillende maten in deze draagmand. Van hele grote voor de volwassen mannen tot kleinere, waarin na de vloed schelpdieren op het strand werden verzameld.


Het vervoer met de draagmand over de duinen

Natuurlijk werd de mand ook met strandjutten gebruikt. De mand was dan ook zeer functioneel gemaakt. De maten aangepast aan het dragen op de rug en met een voet eronder, waardoor er weinig contact van de mand met inhoud was met de ondergrond zoals zand e.d. *
Op de foto hierboven is te zien dat er in de draagmand 5 bloklagen van geschilde en ongeschilde teen in de mand zaten. Er is een oude foto in mijn bezit waarbij zelfs 6 bloklagen te zien zijn. De mand die in het depot van het vlechtmuseum aanwezig is, is hetzelfde gevlochten en heeft 4 en bloklagen.
De geschatte lengte van de mand hierboven is: als men uitgaat van de omvang van de onderzochte mand in Noordwolde, met 28 staken en een Hollandse eer; dat 5 lagen van afwisselend 14 bruine en 14 witte tenen + 10 cm. per blok bedroeg en met rand en voet dan zeker 55 cm. was. De voetdikte van de inslagteen is daarbij + 5 mm. beneden in de mand tot 7 mm. boven, flink aangeslagen.
De bodem is op "lagen" gevlochten oftewel met doorleggers. (zie ook de mandbeschrijving)

Naar de beschrijving van de draagmand >>

* Historische gegevens afkomstig uit een publicatie van het Museum van Egmond.