WAT IS EEN COKESMAND?

<< Terug naar Artikelenindex
Uit Vlechtbulletin nr. 10, maart 2007

door Corry Hansen

Bij een bezoek aan de Historische Tuin in Aalsmeer in 2005, vroeg Cees van Dam, de tuinchef, of een oude cokesmand, gekopieerd zou kunnen worden, door mij, of door iemand anders. Eigenlijk kwam ik voor iets anders. Ik had een afspraak om een fuikje van ongeschilde twijg op te halen. Deze fuik, waar de Historische Tuin er twee van in het depot had, was een zoetwaterfuikje van ± 50 cm. hoogte.


Het werd gebruikt in de omliggende meren, zoals de Westeinder Plassen.
Deze fuik lijkt op de "kubbe". De kubbe is een fuik van geschilde twijg, die speciaal in het zoute water van de Zuiderzee en Waddenzee werd gebruikt. Ze hebben allebei een kruikvormig model en zijn ongeveer even groot.
Dit zogenoemde zoetwaterfuikje heeft men kunnen zien op de ledendag 2006 in Woudrichem, ik was hem daar aan 't navlechten.
De cokesmand die de heer Van Dam had, was een oude mand zonder bodem. Aan de voet van de staken was te zien, dat het beslag van de bodem minimaal 15 tot 20 mm. moest zijn geweest De mand had een zware dubbele rand, 4 oren en rijgsels. Ik beloofde te informeren, of zulke zware twijg te krijgen was. Jan de Vos bleek toevallig precies de goede twijg in het water te hebben staan om te schillen. Dat kwam mooi uit en hij wilde hem ook wel vlechten. Het verslag en de werkbeschrijving van deze mand kunt u in het volgende bulletin lezen.
De mand werd door mij teruggebracht en voor het bulletin was het wel interessant te vragen, waarvoor de Historische Tuin deze mand graag wilde behouden. Het bleek dat er veel kassen in die regio gestaan hebben. In de kassen werden bijvoorbeeld seringen gekweekt, voor de bloemen. Daarvoor moesten de kassen de hele winter flink warm worden gestookt om al vroeg de bloemen te kunnen snijden en te verkopen. Tot de introductie van stookolie, begin jaren zestig, gebruikte men hiervoor cokes.
Cokes ziet er uit als grijze steen, maar is licht in gewicht, in tegenstelling tot steenkool. Cokes is een restproduct van de kolengaswinning. De kolen werden zo ver opgewarmd dat het gas uit de kolen ontsnapte. Dit gas werd gebruikt als brandstof, de cokes werd gekoeld en gebruikt in de industrie. Cokes kan ontzettend heet worden, als het wordt gebrand. Daarom werden de gietijzeren kachels in de kassen voorzichtig gestookt, want het gevaar bestond, dat het gietijzer ging smelten. In het vroege najaar en de zomer werd de voorraad cokes aangelegd in grote opslagplaatsen naast de kassen. De cokes werd over het water aangevoerd door de kolenboer met een vlet. Dit, omdat het gebied erg waterrijk was en de dijkjes waar de kassen aan lagen, zeer smal waren. Men kon er dus slecht met paard en wagen komen. De brandstof werd in de vlet in de mand geschept en door twee man opgetild en op de schouder van de derde man gezet (vandaar de vier oren). Deze man bracht de cokes vervolgens aan de wal, ging met een ladder 2.50 tot 3 meter omhoog en stortte de mand leeg in het cokeshok.


Dit hok was groot, zeker 5 bij 5 meter, omdat de voorraad cokes genoeg moest zijn voor de hele winter. Soms werd de brandstof in geval van nood toch nog door paard en wagen over het ijs gebracht. Dit heeft geduurd totdat men olie ging gebruiken om de kassen te verwarmen, dat was tot ± 1960.

In de Historische Tuin aan de Uiterweg 32 in Aalsmeer kan men zien hoe kweektuinen en kassen vroeger waren ingericht en welke planten en bomen men kweekte. Voor openingstijden en entree kan men kijken op de website www.htaalsmeer.org of men kan bellen naar 0297 322562.